Voorwaarts MARS!
Nederlandse Vereniging voor Militaire Levende Geschiedenis
donderdag, 29 juli 2010
Menu
Home
Actueel
Evenementen
Fotogalerij
Links
Contact
Zoeken
Who's Online
Nu 56 bezoekers online
Statistics
Bezoekers: 1349674
Members
Member Login
Login
Gebruikersnaam

Wachtwoord

Gegevens onthouden
Wachtwoord vergeten?
Cancel
Home arrow Artikelen arrow Geschiedenis en Uniformen van het Noord-Nederlandse Bataljon Infanterie van Linie nr.2
Geschiedenis en Uniformen van het Noord-Nederlandse Bataljon Infanterie van Linie nr.2 Afdrukken E-mail
Artikel index
Pagina 1
Pagina 2
Pagina 3
Pagina 4
Pagina 5
Pagina 6

IV. De Uitbeelding

De keuze van het uniform
Er is een groot verschil tussen de uniformen die in de voorschriften worden beschreven, de uniformen die door kunstenaars worden verbeeld, en de uniformen die de soldaten daadwerkelijk hebben gedragen. De voorschriften zijn niet duidelijk: zo staat er beschreven dat de jas “van Engels model” moet zijn. Maar dit betekent alleen maar dat “één der panden wordt opgeslagen”. Over de vorm van de kraag en de manchetten lees je verder niets. En de sjako is “7 Duim Rijnlandsch hoog”. Dat schiet dus ook niet echt op. Prenten en beschrijvingen zijn tot nu toe niet gevonden. Dus uiteindelijk is het niet duidelijk wat de soldaten hebben gedragen. Dat ze volledig geüniformeerd waren kunnen we wel aannemelijk maken: Groot-Brittannië stuurde grote ladingen uniformen, en het nieuwe bewind was er op gebrand zo snel mogelijk een leger te formeren dat volledig anders geüniformeerd was dan het Franse leger. Uit beschrijvingen weten we dat dat ook zeker gelukt is.
Om een uniform te reconstrueren waarvan zo weinig bekend is, is het belangrijk keuzes te maken. Op een gegeven moment wil je toch iets gaan doen, en besluit je om, met de gegevens die je wel bekend zijn, een beeld te vormen van hoe het uniform en dan uit heeft gezien. Het is een beetje alsof je een reconstructie moet maken van een dinosaurus: je hebt alleen het skelet van het dier. Dus ga je goed de bouw bestuderen en dit vergelijken met huidige, bekende diersoorten, om met behulp van die kennis een beeld te krijgen dat het origineel zo goed mogelijk benaderd. Maar het blijft gissen natuurlijk. Dus zolang er nog niemand met een ooggetuigenverslag of een contemporaine prent aan komt zetten, zullen we flink moeten blijven graven en speculeren. Zo bestaat er enige discussie of de knopen wel daadwerkelijk genummerd waren. Aan de ene kant is het logisch te denken dat de knopen ongenummerd waren, gezien de vele reorganisaties die zijn doorgevoerd, waarbij bataljons werden samengevoegd of hernummerd. Aan de andere kant: het BI2 is het oudste bataljon in de Staande Armée, dat bovendien vanaf het begin hetzelfde nummer heeft gehouden. Het is dus zeer zeker niet ondenkbaar dat men knopen gebruikte die genummerd waren.
We hebben uit alle beschikbare informatie (die wij tot nu toe hebben gevonden) het volgende uniform gereconstrueerd: donkerblauwe rok met gesloten kraag, sluitend met 1 rij van 9 knopen, ronde mouwopslagen met een gulp, sluitend met 3 knopen; kraag, manchetten, paspellering en voering in de bataljonskleur citroengeel; de 8 kleine en 17 grote geelmetalen uniformknopen van de jas van geel metaal met het cijfer ‘2’; wit mouwloos vest met kraag, van onderen ‘rond’, sluitend met 8 kleine uniformknopen, dat onder de rok gedragen dient te worden; grijze pantalon en zwarte halfhoge slobkousen voor de winterdracht, witte pantalon en halfhoge slobkousen voor de zomerdracht; wit mouwvest, sluitend met 8 kleine knopen; grijze kapotjas “naar Oostenrijks fatsoen”, d.w.z. dubbel overslaand op de borst; Noord-Nederlands model sjako, met 2 kleppen en leren stormband, met geelmetalen gekroonde plaat met daarop een “W” en daarboven een oranje kokarde, met messing lis en kleine uniformknoop; veldpet van donkerblauw laken met bies en rand in de bataljonskleur, met aangehaakte leren klep; leerwerk wit, te weten een bajonetbandelier en een patroontasbandelier (kruislings gedragen), en een ransel van Frans model van ongeschoren koeienhuid, met witte draagriemen; als bewapening een vuursteenslotmusket model M1777 Corrigé, met bajonet (omdat deze gelijkend is aan het Nederlandse M1815 infanteriegeweer nummer 1). Op de rok zullen als distinctieven voor de grenadiercompagnie wings worden gedragen. Deze zijn van donkerblauwe wol met witte versieringen. Op de sjako dragen we een geheel rode pompon.
    Het is heel goed mogelijk dat het nieuwe uniform volgens de voorschriften van 9 januari 1815 nog niet, of slechts gedeeltelijk binnen het bataljon werd gedragen ten tijde van de Waterloo-campagne. Er werden in korte tijd dusdanig snel na elkaar wijzigingen doorgevoerd dat de ‘oude’ uniformen nog gedragen werden omdat deze nog in een uitstekende staat verkeerden. Het was gebruikelijk om oude uniformen eerst af te dragen voordat deze werden vervangen, zelfs door uniformen volgens de nieuwe voorschriften. Bovendien worden er bij een laatste reorganisatie in april 1815 nog bataljons samengevoegd: opvallend is dat dit bataljons zijn die in 1814 eenzelfde bataljonskleur toegewezen hebben gekregen. Om de uniformiteit binnen eenheden te waarborgen is dat de meest voor de hand liggende oplossing. Daarom zal het zeker geen probleem zijn om in de 1814-uniformen deel te nemen aan re-enactments van de periode na 9 januari 1815.



www.voorwaartsmars.com